Periode 1950 - 1960: Nationale wederopbouw
Het bedrijf wordt in 1945 opgericht door prof. dr. ir. F.K.Th. van Iterson in zijn eigen woning in Den Haag. Aanvankelijk is het een eenmansbedrijf, maar al snel neemt het aantal geschoolde werknemers toe, mede dankzij het groeiende aantal orders van de overheid. De projecten uit de beginperiode van Tebodin staan vrijwel alle in het teken van gas en staal. Het was de deskundigheid van Van Iterson die leidde tot het inzicht dat de energievoorziening voor warmte en koken niet afhankelijk moest zijn van lokale opwekking (in gasfabrieken) maar van centrale productie, met distributie via pijpleidingen door geheel Nederland. Het ontwerp en de bouw van pijpleidingen wordt uiteindelijk gerealiseerd in de jaren zestig, dankzij de ontdekking van aardgas.
Tot de eerste ontwerpen van Tebodin behoren een cokesgasfabriek in Vlaardingen (de eerste centrale gasfabriek - om politieke redenen nooit gerealiseerd), het transport van schuimaarde met kipkarretjes over spoor op de Friesch-Groningse Beetwortelsuikerfabriek en de renovatie van de gashouder op de Zuidergasfabriek in Amsterdam. Vreemde eend in de bijt is het ontwerp van de constructie van een 35 meter hoge zweefmolen (de rakettoren), een voor die tijd zeer bijzondere kermisattractie.
In de jaren vijftig geniet de opbouw van de basisindustrieën als economische motor van Nederland alle prioriteit. Het orderboek van Tebodin toont in dit verband voor zichzelf sprekende namen: de Koninklijke Nederlandse Zoutindustrie (KNZ) te Hengelo, de Algemene Kunstzijde Unie (AKU) te Arnhem, de Koninklijke Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek in Delft en de Eerste Nederlandse Cement Industrie (ENCI) te Maastricht; stuk voor stuk economische kartrekkers, die tot op de dag van vandaag Tebodin betrekken bij de realisatie van hun projecten.
In 1951 wordt het gedurfde ontwerp van een drievoudige gaszinker van 4200 m lengte door de Westerschelde goedgekeurd; de operatie wordt een groot succes. Opvallende prestaties worden geleverd, onder meer op het gebied van elektrisch lassen. Dit project betekent tevens de start van de afdeling Interlokale Transportleidingen van Tebodin.
Door de zich snel uitbreidende orderportefeuille groeit de staf van ingenieurs van 15 in 1950 naar 130 medewerkers in 1960: omdat door derden aangeleverd werk lang niet altijd goed aansluit op de eigen ontwerpen en berekeningen, worden ingenieurs uit andere vakgebieden aangetrokken. Het ontwerp van de sodafabriek in Delfzijl - een project van KNZ in het kader van de Marshallhulp - leidt tot de daadwerkelijke oprichting van een afdeling Bouwkunde in Hengelo. Daarmee is de eerste Tebodin-vestiging buiten Den Haag een feit.
Vanwege de relatie van diverse opdrachtgevers met de autoriteiten op Curaçao raakt Tebodin in 1959 betrokken bij het eerste grote project overzee: ontwerp, aanbesteding, toezicht op de bouw en inbedrijfstelling van de waterfabriek Mundo Nobo op Curaçao. Dit project wordt volgens een zogeheten EPC-contract (Engineering/Procurement/Construction) uitgevoerd.